Prompts · Zelfstandig

Zelfstandig: stuur, beoordeel en verbeter

Je kunt al duidelijke vragen stellen, context geven en doorvragen. Op dit niveau leer je zelfstandig een grotere opdracht aanpakken. Je bepaalt vooraf je doel en voorwaarden, werkt in stappen en beoordeelt of het antwoord bruikbaar is. Deze prompts gaan een stap verder dan Basis: jij houdt de regie en controleert het resultaat.

Bekijk de oefeningen
Een vriendelijke uitlegger werkt ideeën uit

Zo gebruik je deze pagina

Werk met een eigen doel en beoordeel elke stap

Kies een eigen onderwerp of project. Open een oefening, kopieer de prompt en vervang de woorden tussen [haakjes] door jouw informatie. Geef alleen gegevens die je veilig kunt delen.

Lees elk antwoord kritisch. Voldoet het aan je voorwaarden? Wat ontbreekt er? Geef concrete feedback en vraag om een gerichte aanpassing. Jij beslist wanneer het resultaat goed genoeg is.

Gerichte feedback

Eerste opdracht: “Maak een plan voor een presentatie van vijf minuten over recycling voor mijn klas.”

Vervolgvraag: “Behoud de opbouw, maar maak het voorbeeld in stap 2 herkenbaarder voor leerlingen van 12 jaar. Verander de andere stappen niet.”

Je benoemt wat beter moet en wat hetzelfde moet blijven.

8 oefeningen

Zelfstandig-prompts om zelf te proberen

Begin bovenaan. Elke oefening leert je een nieuwe vaardigheid.

Je bouwt op van voorwaarden bepalen naar een complete opdracht uitvoeren, beoordelen en verbeteren.

Een gesprek waarin ideeën stap voor stap worden uitgewerkt
1Bepaal zelf het doel en de voorwaarden

Help mij een plan te maken voor [project]. Mijn doel is [doel], mijn doelgroep is [doelgroep] en ik heb [tijd] beschikbaar. Het plan moet voldoen aan deze voorwaarden: [voorwaarden]. Stel eerst maximaal drie vragen als belangrijke informatie ontbreekt. Geef daarna een plan met een korte uitleg per stap.

Vul de haakjes in en controleer of het plan aan al je voorwaarden voldoet.

2Verdeel een grote opdracht in stappen

Ik wil [eindresultaat] maken over [onderwerp]. Verdeel de opdracht in drie logische stappen. Werk nu alleen stap 1 uit. Vraag daarna om mijn feedback en wacht op mijn antwoord voordat je doorgaat naar stap 2.

Je houdt zelf de regie: beoordeel elke stap voordat je verdergaat.

3Gebruik jouw voorbeeld als richtlijn

Hier is een voorbeeld van de stijl die ik prettig vind: [eigen voorbeeldtekst]. Beschrijf kort drie kenmerken van deze stijl. Schrijf daarna een nieuwe tekst van maximaal 150 woorden over [nieuw onderwerp] met die kenmerken. Neem geen zinnen letterlijk over en verzin geen feiten.

Gebruik een eigen voorbeeld zonder privégegevens en kijk of de nieuwe tekst bij jouw stijl past.

4Maak een keuze met duidelijke criteria

Vergelijk [optie A], [optie B] en [optie C] voor [doel]. Gebruik mijn criteria: [criterium 1], [criterium 2] en [criterium 3]. Zet de vergelijking in een tabel. Gebruik alleen de informatie die ik geef: [informatie]. Zet bij ontbrekende informatie “onbekend”. Geef een voorlopig advies en leg uit welke ontbrekende informatie mijn keuze kan veranderen.

Jij kiest de criteria. Een advies is pas bruikbaar als de informatie klopt.

5Beoordeel een antwoord voordat je het gebruikt

Beoordeel deze tekst: [tekst]. Mijn doel is [doel] en de lezers zijn [doelgroep]. Controleer de duidelijkheid, de aansluiting op mijn doel en of belangrijke informatie ontbreekt. Geef per punt één concreet verbeteradvies. Geef apart aan welke feitelijke uitspraken ik zelf bij een betrouwbare bron moet controleren. Herschrijf de tekst nog niet.

Een chatbot die een tekst beoordeelt kan ook fouten maken. Controleer de genoemde punten zelf.

6Verbeter gericht zonder alles te veranderen

Pas deze tekst aan: [tekst]. Verbeter alleen [bijvoorbeeld: de inleiding en de volgorde van de alinea’s]. Behoud de feiten, mijn bedoeling en [onderdeel dat hetzelfde moet blijven]. Geef de aangepaste tekst en leg daarna in drie punten uit wat je hebt gewijzigd. Voeg geen nieuwe feiten toe.

Vergelijk beide versies en controleer of de chatbot binnen jouw opdracht is gebleven.

7Haal informatie uit een aangeleverde bron

Gebruik uitsluitend deze bron: [brontext zonder privégegevens]. Beantwoord mijn vraag: [vraag]. Geef een kort antwoord en vermeld bij elk belangrijk punt welke passage uit de bron dat ondersteunt. Staat het antwoord niet in de bron, zeg dat dan duidelijk. Gebruik geen informatie van buiten de bron.

Kijk zelf na of de genoemde passages bestaan en het antwoord echt ondersteunen.

8Werk zelfstandig van eerste versie naar eindresultaat

Help mij [eindresultaat] te maken voor [doelgroep]. Het doel is [doel]. Mijn voorwaarden zijn [voorwaarden]. Stel eerst vragen over ontbrekende informatie en wacht op mijn antwoord. Maak daarna een eerste versie. Wacht op mijn feedback, verbeter vervolgens alleen de afgesproken punten en sluit af met een checklist waarmee ik het resultaat zelf kan controleren.

Combineer wat je hebt geleerd: duidelijke voorwaarden, tussenstappen, gerichte feedback en eigen controle.

9Creëer een dialoog tussen twee oude vrienden die elkaar weer zien

Schrijf een dialoog van ongeveer 300 woorden tussen twee oude vrienden die elkaar na [aantal] jaar weer ontmoeten op [plek]. Eén van hen wil iets goedmaken, de ander weet dat nog niet. Laat hun gedeelde verleden blijken uit kleine herinneringen in het gesprek. Gebruik weinig uitleg buiten de gesproken tekst en eindig met een open maar hoopvol moment.

10Maak een scène waarin de heldin een groot geheim ontdekt

Schrijf een scène van ongeveer 400 woorden waarin een hoofdpersoon ontdekt dat [geheim]. Laat zien welk klein detail de ontdekking veroorzaakt, hoe de persoon eerst reageert en welke keuze daarna volgt. Gebruik zintuiglijke details en dialoog; leg niet meteen alle gevolgen uit.

11Maak een dagboekfragment van een ontdekkingsreiziger op een onbekend eiland

Schrijf een dagboekfragment van ongeveer 350 woorden van een ontdekkingsreiziger die op een onbekend eiland aankomt. Datum: [fictieve datum]. Beschrijf drie ontdekkingen via wat de schrijver ziet, hoort en voelt. Laat verwondering en onzekerheid naast elkaar bestaan. Eindig met een vraag die de schrijver morgen wil onderzoeken.

12Creëer een dialoog tussen twee rivalen die samenwerken

Schrijf een scène met vooral dialoog, ongeveer 350 woorden, waarin twee rivalen moeten samenwerken om [probleem] op te lossen. Geef ieder een ander doel en een herkenbare manier van praten. Laat hun meningsverschil de taak eerst moeilijker maken en laat één gezamenlijke beslissing het gesprek kantelen.

13Schrijf een brief van een verloren geliefde

Schrijf een fictieve brief van ongeveer 300 woorden van iemand die na lange tijd contact zoekt met een vroegere geliefde. Noem één gedeelde herinnering en één fout waarvoor de schrijver verantwoordelijkheid neemt. Kies een ingetogen, oprechte toon; laat ruimte voor de ander om niet te antwoorden. Vermijd overdreven verklaringen.

14Schrijf een openingsscène voor een roman over een verloren liefde

Schrijf een openingsscène van ongeveer 450 woorden voor een roman waarin een oude liefde onverwacht terugkeert. Begin midden in een gewone handeling op [plek]. Laat via één detail merken dat er een ingewikkeld verleden is. Bouw nieuwsgierigheid op, maar onthul nog niet waarom de relatie eindigde. Eindig met een zin die uitnodigt om verder te lezen.

15Verzin een spannend einde voor een mysterie

Bedenk een kort mysterie met een verrassend maar eerlijk einde. Geef eerst een synopsis van vijf zinnen, daarna drie subtiele aanwijzingen en tot slot de ontknoping in een alinea. Plaats: [plek]. De oplossing moet logisch volgen uit de aanwijzingen; gebruik geen nieuwe informatie die pas in de laatste zin verschijnt.

16Schrijf een monoloog voor een theaterstuk over verraad

Schrijf een theatermonoloog van ongeveer 300 woorden over verraad. De spreker richt zich tot iemand die niet antwoordt. Begin met een klein voorwerp dat aan het verraad herinnert. Laat boosheid langzaam plaatsmaken voor een moeilijker inzicht. Voeg hoogstens drie korte toneelaanwijzingen toe en laat de stem natuurlijk klinken.

17Maak een dialoog tussen een persoon en hun spiegelbeeld

Schrijf een dialoog van ongeveer 300 woorden tussen een persoon en diens spiegelbeeld. Het spiegelbeeld spreekt hardop uit wat de persoon ontwijkt over [keuze]. Geef beide stemmen een verschillend karakter. Laat het gesprek van grappig naar eerlijk bewegen en eindig met een kleine, uitvoerbare beslissing.

18Bedenk een scène waarin een ouder advies geeft aan hun kind

Schrijf een scène van ongeveer 350 woorden waarin een ouder advies geeft aan een kind over [probleem]. Laat de ouder een eigen fout uit het verleden delen in plaats van een les op te sommen. Het kind mag tegenspreken. Gebruik natuurlijke dialoog en eindig met een vraag of afspraak, niet met een perfecte oplossing.

19Maak een dialoog tussen een mens en een geest

Schrijf een dialoog van ongeveer 350 woorden tussen een mens en een geest in [plek]. De geest weet iets uit het verleden, maar spreekt niet meteen duidelijk. Laat de mens gerichte vragen stellen en één misverstand oplossen. Eindig met een inzicht dat de mens in het heden kan gebruiken; houd de geest meer dan alleen een bron van uitleg.

20Verzin een openingsscène waarin een personage in paniek raakt

Schrijf een openingsscène van ongeveer 350 woorden waarin iemand in paniek raakt nadat [gebeurtenis]. Begin bij een waarneembaar detail en toon de lichamelijke reactie met terughoudendheid. Maak duidelijk wat de persoon op dat moment probeert te doen. Eindig met een nieuwe aanwijzing die de lezer nieuwsgierig maakt.

21Bedenk een scène waarin een personage een waardevol item verliest

Schrijf een scène van ongeveer 350 woorden waarin een personage [waardevol voorwerp] verliest op [plek]. Laat eerst zien waarom het voorwerp belangrijk is. Beschrijf de zoektocht via handelingen en korte dialogen. Aan het einde vindt de persoon het voorwerp terug óf ontdekt iets belangrijkers; kies één uitkomst en maak die geloofwaardig.

22Maak een dialoog tussen een ouder en hun rebelse tiener

Schrijf een dialoog van ongeveer 350 woorden tussen een ouder en een tiener over [conflict]. Geef beiden een begrijpelijk standpunt en laat ze elkaar eerst verkeerd begrijpen. Eén concrete vraag helpt het gesprek vooruit. Eindig met een kleine afspraak waar beiden invloed op hebben, zonder dat al hun meningsverschillen verdwijnen.

Onthoud: een overtuigend antwoord kan toch fouten bevatten. Controleer belangrijke feiten en bronnen zelf en deel geen privégegevens.

Oefen verder op Basisniveau · Bekijk alle promptniveaus